Het Lazarus-syndroom
Waarom ik mijn donorcodicil verscheurd heb
Ik ben me gisteravond helemaal het leplazarus geschrokken. Met dank aan professor Pim van Lommel. Je weet wel, die oud-cardioloog van Ziekenhuis Rijnstate, die zich gestort heeft op bijna-dood-ervaringen (BDE’s) bij zijn patiënten. Zijn boek, ‘Eindeloos Bewustzijn’ is absoluut lezenswaardig. Het zet aan tot diepere beschouwingen, al moet je halverwege even door wat lastige kwantumfysica heen. Maar dan krijg je ook wat: een nieuwe kijk op je leven én op de dood: ís de mens zijn lichaam, of hééft de mens een lichaam?
Even in het kort de theorie van Pim van Lommel: hij denkt, dat bewustzijn niet iets is dat in je hersenen zit of door je hersenen wordt geproduceerd, maar door je hersenen wordt ontvangen. Als een TV toestel dus. Zet je de TV uit, dan gaat het programma door. En zo ziet hij dat ook met je bewustzijn. Als je hersenen uitgezet worden (hersendood), dan gaat je bewustzijn gewoon door. Bewustzijn is eindeloos, denkt Van Lommel, en bevindt zich buiten je lichaam. Als dat zo is, dan rijst de vraag: wat is dood? Een belangrijke vraag, zeker als je drager van een donorcodicil bent. Want ben je wel echt dood op het moment dat ze in je gaan snijden?
Volgens de medische wetenschap ben je dood op het moment dat er geen elektrische activiteit meer meetbaar is in je hersenen. Maar veel mensen die hersendood zijn, maken tijdens een BDE van alles mee. Ze zien zichzelf op de operatietafel liggen, horen de verpleegsters en artsen spreken, zien tunnels, ervaren liefde, ontmoeten gestorven familieleden en overzien hun hele leven. Tijd en plaats zijn verdwenen, het bewustzijn is volop actief, alleen dokter Bibber kan het niet meer meten in je hersenen en verklaart je dus voor dood. Snijden maar….
Toen ik dit zo las bekroop mij al een beetje een vervelend gevoel. Stel dat Van Lommel - al is het maar een beetje - gelijk heeft, dan lijkt me dat snijden in mijn (misschien wel helemaal niet zo) dode lichaam toch niet zo tof. En die gedachte werd alleen maar versterkt toen ik verder las. Een dood lichaam dat voor orgaantransplantatie gebruikt wordt, is eigenlijk helemaal niet zo dood als je misschien wel zou denken. Donororganen hebben zuurstofrijk bloed nodig. Daarom krijgt de hersendode donor kunstmatige beademing totdat de organen worden uitgenomen. Door de kunstmatige beademing ziet de hersendode donor er niet dood uit. Hij lijkt te slapen, heeft blosjes op de wangen en voelt nog warm aan. Op de monitor is een hartslag te zien. Toch is hij overleden.
Het enige dat niet meer (meetbaar) werkt zijn de hersenen. Terwijl je lichaam dus eigenlijk nog leeft, en jij een heerlijke BDE beleeft, snijden ze je aan alle kanten open. Dat voelt niet goed.

Maar het wordt nog erger. Het schijnt dat de stervensfase bij mensen uren tot dagen kan duren. Wanneer de diagnose hersendood is gesteld, is nog steeds 96% van het lichaam ‘levend’, terwijl de patiënt volgens de wet dood is. En dus mag worden opengelegd om organen te oogsten. Bedenk je je vervolgens, dat naast die 96% van je lichaam ook je bewustzijn ondertussen misschien gewoon doorleeft, dan ga je dat hele donorgedoe toch vanuit een heel ander perspectief bekijken. Ik wel ten minste. Want wat is dood? Ik vraag het nog maar eens. Wanneer ben je echt helemaal dood? Geen mens die het kennelijk weet. En ik vind dat aardig creepy.
Maar de echte schok kwam pas op pagina 334. Wist je dat hersendode mensen die zich hebben aangemeld als donor, tijdens het verwijderen van hun orgaantjes onder narcose worden gebracht? Raar toch? Waarom doen we dat? Het antwoord is te eng voor woorden. We brengen dode mensen onder narcose in verband met het Lazarus-syndroom. Dit zijn heftige afweergebaren van de officieel reeds gestorven orgaandonor. Van Lommel stelt terecht: een stoffelijk overschot zou toch geen anesthesie nodig moeten hebben? En daarbij… hersendood verklaarde patiënten tonen ook significante veranderingen in bloeddruk, vaatweerstand en hartslag tijdens het verwijderen van hun organen. En dat, lieve lezer, is alleen mogelijk als er nog delen van de hersenen en de ruggenmergreflexen intact zijn. We kunnen het alleen niet meten en dus zeggen we dat de patiënt overleden is. Maar wat is dood? U zegt het maar!
…
Ik laat bewust even wat witruimte, zodat je bovenstaand verhaal even heel goed tot je door kunt laten dringen. Ik vind het doneren van organen helemaal prima. Doe wat je niet laten kunt en help zoveel mogelijk zieke mensen als je kunt. Maar als mijn dokter straks tegen mij zegt dat ik dood ben en dat het tijd wordt voor het doneren van mijn organen, dan doe ik even niet mee. Ik heb namelijk gisteravond mij donorcodicil verscheurd. Want wat weet die dokter nou over de dood? De bottomline is, dat eigenlijk geen enkele wetenschapper het antwoord kan geven op de vraag wanneer een mens echt dood is… of niet. En zolang niemand het echt weet, wordt er in dit lichaam niet gesneden. Niet bij leven en zeker niet bij dood. "Lazarus Op", zou ik zeggen!


Hoi Mark, helemaal mee eens. Ik ben regelmatig hersendood als ik te lang onder de biertap heb gelegen. Vandaar dat ik uit veiligheidsoverwegingen geen donorcodicil heb aangeschaft.