Gek op negerinnentetten

Over zonnekinderen, demente bejaarden en eventdriven hotspots

Beste Frank,

Weet jij wat Buys Zoenen zijn? Waarschijnlijk zul je even moeten nadenken. Laat ik je helpen. Deze lekkernij, per 9 verpakt in een gele doos, bestaat uit licht gezoet eiwitschuim op een wafel, afgedekt met een dunne laag chocolade. “Oooohhhh”, zul je nu roepen: “een Negerzoen!” Of beter nog: Een Negerinnentet, zoals onze zuiderburen zo treffend weten te omschrijven. Pak er maar eens 1 uit de doos en je begrijpt de Vlaming: het is net een klein, bruin tietje. Maar goed, je weet vast ook wel waarom de producent de naam onder hoge druk moest veranderen. De term ‘Negerzoen’ was namelijk discriminerend. Alsof negers niet zoenen. Of negerinnen geen tietjes hebben. Wat is dat toch in Nederland, dat we voor alles wat zo lekker duidelijk is, een belachelijk verwarrend eufemisme in het leven hebben geroepen?

Wegens politiek correct gezeik

Je leest het bijna dagelijks in de krant; het taalgebruik in Nederland verruwt. Vroeger gingen we veel respectvoller met elkaar om. Laat ik je wat verklappen: ik kom uit vroeger. En in die tijd gingen we taaltechnisch gezien echt een stuk ruwer met elkaar om dan tegenwoordig. Iedereen wist wat een Turk, een neger of een mongool was. Tegenwoordig zul je toch even moeten nadenken als iemand het over Mediterrane entrepreneurs, Afro Americans of zonnekinderen heeft. Weg met al die verwarrende eufemismen. Ik pleit voor de invoering van het dysfemisme. Inderdaad het tegenovergestelde van. Dysfemismen zijn lekker duidelijk. En echt niet zo racistisch of discriminerend als sommige politiek correcte vaderlanders ons willen doen geloven.

Bij mijn dochter in de klas zitten kinderen met diverse etnische achtergronden. Echte Ernummers, Afghanen, Turken, Marokkanen, Russen, Antillianen en zelfs Duitsers. Ook al is het gros het ABN nauwelijks machtig heet ik allen zonder vooroordelen van harte welkom. Maak er maar wat moois van in ons kouwe kikkerlandje, zou ik zeggen. Waar ik wél problemen mee heb is het feit dat veel van deze kinderen van huis uit hebben meegekregen dat je bij de kleine dagelijkse probleempjes eerst moet slaan en dan pas moet nadenken. Ik ga daarvan koken en dan maak ik geen onderscheid meer of je uit de Andes, de Himalaya, het Rifgebergte of de polder komt. Iedereen blijft met zijn klauwen van mijn kinderen af. PUNT. Ik heb dit de juf laatst duidelijk en ook lichtelijk geëmotioneerd verteld. Maar zij zag het toch anders. “Die kinderen zijn hooguit wat impulsief”, legde ze me uit. Oké, dus het eufemisme voor asociaal is impulsief?

En daar sta je dan, als juf voor een klas met 34 kinderen, waarvan er een aantal nogal impulsief is. Dat is best te overzien, lijkt me. Want vroeger was dat ook al zo. Denk ik terug aan mijn eigen basisschooltijd dan herinner ik me Sjoerd, een ontzettend slimme gozer, die uiteindelijk vicepresident bij Unilever werd. Jan werd wereldkampioen kickboksen, José werd caissière bij de Aldi en Eric belandde in het criminele milieu. Sjoerd noemden we vroeger een schele Nerd, Jan een gore teringlijer, José een domme muts en Eric een achterlijke mongool. Tegenwoordig kom je met dat soort typeringen niet meer weg. Er is geen verschil meer tussen slim of dom, aardig of irritant, sociaal of gestoord. ‘Samen naar school’ is het credo - en dus zijn we allemaal gelijk. Dat vind ik verwarrend. Want wat moet ik me voorstellen bij een hoogsensitief nieuwetijdskind met een verstandelijke beperking, ADHD, Gilles de La Tourette en PDD NOS? Ik heb het even opgezocht en nu weet ik het: het is een agressieve, vloekende, in zichzelf gekeerde, asociale, eersteklas randdebiel, met het IQ van een aardappel. En daar is geen woord Frans bij!

Kom maar op met je reiki

In de zorg kunnen ze er trouwens ook wat van. Ik schreef net al over verstandelijk beperkten. Vroeger noemden we die mensen gewoon gekken of achterlijke gladiolen en die stopten we in een gekkenhuis. Fysiek beperkten noemden we gehandicapten en die kregen (en krijgen) een speciale parkeerplaats bij de supermarkt. En zo noemden we demente bejaarden gewoon demente bejaarden. Maar nu niet meer. Die heten tegenwoordig geriatrisch patiënten (of cliënten) en die mogen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen in zorgboerderijen, veilige woongroepen of verzorgingshuizen. Mijn moeder zit sinds anderhalf jaar in zo’n verzorgingshuis. Let wel: geen ‘tehuis’, maar een ‘huis’. Vroeger was dat een bejaardentehuis. Met z’n zessen vegeteren en vervuilen in een uitgeleefde kamer. Bejaarden bestaan echter al lang niet meer. Het zijn oudere jongeren, levensrijken of actieve senioren, en die stop je niet in een bejaardentehuis, maar in een verzorgingshuis. Laat ik je verklappen dat het een eufemisme is, ‘verzorgingshuis’. Want er wordt daar helemaal niks verzorgd. Ja, de nagels van de receptioniste misschien, of de planten op de kamer van de eerstverantwoordelijke verzorgende (bejaardenhulp). Maar mijn moeder in ieder geval niet.

Aai een bejaarde

Ach, en zo kan ik nog uren doorgaan. Maar laat ik me beperken tot mijn eigen beperkte wereldje: de reclame. Ook zo’n woord wat niet meer kan. Ik las het laatst nog in de Adformatie: ‘Reclamebureau’s zijn uit’. Je moet toch minstens een creative communications agency hebben, of een brandmarketingbureau, of een eventdriven hotspot. Allemaal rare woorden voor wat volgens mij nog steeds gewoon reclamebureaus zijn. Welk etiketje we ook op onze verschrikkelijk interessante bedrijven hebben geplakt, we verkopen nog steeds knollen voor citroenen, gebakken lucht, gelul van een dronken aardbei en oude wijn in nieuwe zakken. De media zijn misschien veranderd, maar de opdracht is nog steeds hetzelfde: “maak reclame voor mijn product, dienst of merk”. En dat doen we nog steeds volgens de aloude reclamewetten. Ook al heten we al lang geen reclametekenaar, reclameschrijver, of reclamebureaudirecteur meer, maar Art-Director, Copywriter en Chief Marcom Operations.

Bureaudirecteur?

Goed, ik heb mijn puntje wel weer gemaakt denk ik. Ik pleit voor de invoering van de dysfemismen. Noem de beestjes gewoon weer bij hun naam. En je mag mij ook bij mijn naam noemen: ‘die bejaarde, schele, kreupele, dove, achterlijke, bekrompen, irritante reclameschrijver, die ondanks alles nog steeds helemaal gek is van negerinnentetten’.

zes reacties

Marielle - 22-02-’11 15:26

Hoe zit het eigenlijk met Jodenkoeken? Mag dat nog wel?

Harold - 22-02-’11 17:11

Dat was een geinig stukje, Mark. Volgens mij ken ik een paar personen uit het verhaal. ‘Jan’ is dat Jan Wessels? En ‘Eric’ is dat mijn broertje?.

@Marielle: Was de reclame-slogan niet: ‘Vergast uw bezoek met een Jodenkoek’?

Mark Kamp (E-mail ) (URL) - 23-02-’11 09:10

@harold Nee joh. Alle gebeurtenissen zijn verzonnen. Overeenkomsten met bestaande personen berusten op toeval.

Een of meer reacties staan in de wachtrij om goedgekeurd te worden.

(optioneel veld)
(optioneel veld)

Reactiemoderatie staat aan op deze site. Dit betekent dat je reactie niet zichtbaar zal zijn, tot deze is goedgekeurd door een beheerder.

Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.