Still got the blues
Over de Beste band van Gelderland
Terwijl ik mijn roes uitsliep na een avondje eten en drinken met de hockeytrimmers, geveld door Sapporo bier en O’Hahsi sushi, overleed in zijn (en mijn) slaap de Ierse gitarist Gary Moore. Voor de meeste muziekliefhebbers niet echt iets om lang bij stil te staan, maar voor ouwe bluesrockers kennelijk wel. Gary Moore, je weet wel, de man die wereldberoemd werd en zal blijven door dat verschrikkelijke Still got the blues. Je hoort het foute coverbandjes nog wel eens spelen.
Het bandje waar ik The-Night-That-Gary-Died naar ging kijken was er ook zo een. Ik zag ze spelen, sloeg mijn armen over elkaar en ging in gedachten terug naar de tijd dat ikzelf een veelbelovend muzikant was.
Om het maar meteen even zonder valse bescheidenheid te zeggen; de band waarin ik ruim zeven jaar speelde was geweldig. We begonnen als Today! en veranderden de naam na een aantal jaren in Jan Junior. Een geinige verwijzing naar de Amerikaanse neef van de twee broers waarmee ik onze driemansformatie vormde. De eerste gig van Today! vond plaats op mijn eigen bruiloft, 1 september 1997. We hadden er net een paar maandjes oefenhok opzitten en ons repertoire bestond uit maar liefst drie eigen nummers en een cover van Man in the Mirror van Michael Jackson (ieieieieieieieeeeuuuwww). Een aantal mannelijke bruiloftsgasten stond met de armen over elkaar kritisch naar onze verrichtingen te kijken. Stuk voor stuk muzikanten die al een leven lang bezig waren met muziek maken, maar nooit de gehoopte doorbraak hadden weten te forceren. Ik vond dat niet gek. Want zij speelden nog altijd ouwe bluesnummers. Dat was soooo niet 1997.
Met Today! ging het vanaf dat eerste optreden crescendo. We schreven de ene ‘hit’ na de andere en al gauw speelden we door heel Nederland in kroegen, clubs en op festivals. Even opscheppen: De Melkweg, Tivoli, De Gigant en Hedon. Appelpop, Huntenpop en Spijkerpop. Als support voor Kane, Ilse de Lange, Green Lizzard, Das Pop en Within Temptation. Sterker nog: we wonnen de ene na de andere plaatselijke en regionale popwedstrijd en werden in 2001 zelfs gekroond tot ‘Beste Band van Gelderland’. Die titel leverde ons een toegangsbewijs op voor ‘De Grote Prijs van Nederland’. Dé muziekwedstrijd aller muziekwedstrijden (het Eurovisie songfestival even niet meegerekend, natuurlijk). Winnen deden we daar niet, maar indruk maken wel. Ten minste zo herinner ik het mij.
In ieder geval speelden we dus overal en nergens en al gauw ontdekte ik, dat wat wij hadden meegemaakt op mijn bruiloft, kennelijk gemeengoed is in het Nederlandse clubcircuit. Zoals je bij optredens van Frans Bauer altijd een apart vak hebt waar verstandelijk en/of lichamelijk beperkten in hun rolstoel worden geparkeerd, zo was er in de zalen waar wij speelden altijd een vak voor zure ouwe bluesrockers. Je haalde ze er meteen uit. Te lange haren, leren jasje aan, de armen over elkaar en de blikken kritisch. Als we dan ‘s nachts klaar waren met spelen en met de locals nog een biertje dronken aan de bar, dan werden we steevast aangesproken door deze übermuzikanten. “Hmmmm”, begonnen ze vaak. “Het was wel aardig wat jullie deden, maar we misten wat lekkere bekende blues. En dan die rare wendingen in jullie nummers, alsof jullie niet volgens een vast schema spelen”. Haha, dat klopte ook. Wij waren namelijk van deze tijd. Leuk hoor, dat jullie nog steeds ‘Layla’, spelen, of ‘Mannish boy’ of erger nog: ‘Still got the blues’, maar daar ga je geen volle zalen mee trekken. Dat snapten ze dan niet. Maar wij natuurlijk wel.
Stel je toch eens voor dat je als kunstenaar iedere avond voor publiek de Nachtwacht moet naschilderen. Da’s net zo bizar als iedere avond de nummers van oude muzikanten proberen na te spelen. Het origineel is er al, waarom zou je nog een kopie maken? What’s the use? Tenenkrommend vind ik dan ook altijd de jurycommentaren bij die talentenshows op tv. “Je hebt er iets eigens van gemaakt”. Alsof dat een compliment is. Ze bedoelen eigenlijk: het was een slechte imitatie. En daar kijken we dan weer 15 weken achtereen naar. Ziet nou niemand dat dit gewoon de Soundmixshow van Henny Huisman is? Met dat verschil dat de deelnemers aan die show soms wel heel erg dicht bij het origineel kwamen. Kom daar nog maar eens om bij #tvoh of #poepstars. De winnaars van de afgelopen jaren zijn we allang weer vergeten en terecht. Want ik wil het eigen geluid van Dean, Ben, Pearl of Leonie helemaal niet horen. En die zeiknummers die ze coveren al helemaal niet.
Hoe het verder ging met De Beste Band van Gelderland? Ik stopte en liet me niet meer zien in de muziekscene. Want waarom zou ik? Als man van 40 in een kroeg vol hippe twintigers kijken naar een coverbandje dat ouwe blues speelt. Of erger nog: K’s Choice, Skunk Anansi, Alanis Morisette of Krezip. OMG, wat vind ik dat errug. Je kent ze wel, die net-niet bandjes me een iets te dikke drummer met inhammen, de slome bassist, vaak een Indo, de jeugdige sologitarist met T-shirt met grappige opdruk en een kekke frontvrouw. Altijd een lekker wijf, want dat doet het zo leuk op bruiloften en partijen.
Maar goed, terug naar afgelopen zaterdag. Café Dollars, biertje teveel op, coverbandje op het podium met een leuke zangeres die net de eerste noten inzette van Eva de Roovere’s ‘Fantastig toch’. Geweldige zangeres, die Eva, jammer genoeg dat haar nummer verkracht werd door de Nederlandse rapper Diggy Dex. En juist die uitvoering bracht het bandje ten gehore. Een slechte cover van een slechte cover. Dubbel erg dus. Ik luisterde en deed mijn armen over elkaar. Keek eens kritisch en vond het allemaal maar niks.
Ik wilde als kind al muzikant worden, werd het pas op mijn dertigste en op mijn bijna 45e mis ik de kick (en de snare) van muziek maken meer dan ooit. Op vrijdagmiddag je busje inladen, samen op weg naar Den Helder, podium opbouwen, soundchecken, naar de pizzeria, wachten en dan optreden. Vaak voor anderhalve man, een paardenkop en een groepje zure bluesrockers met de armen over elkaar en de blik op kritisch. Pas nu begrijp ik Gary. Man, wat heb ik ontzettend de blues!

